Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

haag

betekenis & definitie

haag - zelfstandig naamwoord

1. omheining van struiken
er zat een merel in de haag te broeden
1. een haag vormen
[de mensen in een rij opstellen]

Zelfstandig naamwoord: haag
de haag
de hagen
het haagje

Synoniemen
heg