Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

guur

betekenis & definitie

guur - bijvoeglijk naamwoord

1. nat, winderig en onaangenaam koud
♢ blijf maar lekker binnen, het is guur buiten

Bijvoeglijk naamwoord: guur
... is guurder dan ...
het guurst
de/het gure ...
iets guurs