Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

glans

betekenis & definitie

glans - zelfstandig naamwoord

1. weerspiegeling van een glad oppervlak
♢ het hout is erg glad: er ligt helemaal een glans over
1. met glans geslaagd
[met hele hoge cijfers]
2. luister, eer
♢ de aanwezigheid van de minister gaf glans aan het festijn
1. met glans
[eervol, met succes]

Zelfstandig naamwoord: glans
de glans
de glansen of glanzen
het glansje

Synoniemen
gloed