Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

gestoord

betekenis & definitie

gestoord - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: ge-stoord

1. geestelijk ziek
hij controleert alles tien keer, hij is echt gestoord
1. geestelijk gestoord
[krankzinnig, gek]
2. prettig gestoord
[op een aangename manier een beetje gek]
3. ik word er gestoord van
[ik verdraag het niet langer]

Bijvoeglijk naamwoord: ge-stoord
... is gestoorder dan ...
de/het gestoorde ...
iets gestoords

Synoniemen
gek, getikt, krankzinnig