Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

gedurig

betekenis & definitie

gedurig - bijwoord
uitspraak: ge-du-rig

1. de hele tijd
hij bleef me gedurig aanstaren
2. elke keer weer
♢ de oude man wilde gedurig van zijn stoel opstaan

Bijwoord: ge-du-rig

Synoniemen
aanhoudend, altijd, chronisch, continu, doorlopend, herhaaldelijk, immer, onafgebroken, permanent, permanent, telkens

Tegenstellingen
nimmer, nooit