gebouw betekenis & definitie

gebouw - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ge-bouw

1. waar je in kunt wonen of werken
ons kantoor is in dit gebouw

Zelfstandig naamwoord: ge-bouw
het gebouw
de gebouwen
het gebouwtje

Synoniemen
pand

Gepubliceerd op 14-11-2017