gebied - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ge-bied
1. gedeelte van het land, stuk land
♢ het hele gebied stond onder water
1. een achtergebleven gebied
[waar alles nog niet zover ontwikkeld is]
2. wat bij een vak of hobby hoort
♢ op het gebied van de tuinbouw ben ik een amateur
Zelfstandig naamwoord: ge-bied
het gebied
de gebieden
het gebiedje
Synoniemen
domein, gewest, grondgebied, landstreek, regio, streek, terrein, vlak, vlakte
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.