garantie betekenis & definitie

garantie - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ga-ran-sie

1. waar je niet aan hoeft te twijfelen
ik geef je de garantie dat hij te laat komt
2. de zekerheid dat gebreken nog voor rekening van de verkoper komen
♢ op deze fiets kreeg ik twee jaar garantie
1. een garantiebewijs
[een schriftelijke garantie]

Zelfstandig naamwoord: ga-ran-sie
de garantie
de garanties

Synoniemen
verzekering, waarborg, zekerheid

Tegenstellingen
onzekerheid, twijfel