Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

gala

betekenis & definitie

gala - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ga-la

1. groot feest aan het hof
♢ de koningin droeg een prachtige jurk op het gala
2. luisterrijk, chic feest
♢ de diploma-uitreiking werd afgesloten met een gala

Algemene uitdrukkingen:
1. in gala zijn
[in voorgeschreven, prachtige kleding]
Zelfstandig naamwoord: ga-la
het gala
de gala's

Synoniemen
galafeest