Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

flikker

betekenis & definitie

flikker - zelfstandig naamwoord
uitspraak: flik-ker

1. mannelijke homoseksueel
dat is een kroeg waar veel flikkers komen
2. geheel van botten, organen, spieren waaruit een mens bestaat
♢ we zullen hem een pak op zijn flikker geven (een pak slaag)

Algemene uitdrukkingen:
1. hij kreeg op zijn flikker
[een pak slaag of een uitbrander]
2. hij weet er geen flikker van
[hij weet er niets van]
3. dat is een luie flikker
[hij voert nooit iets uit]
Zelfstandig naamwoord: flik-ker
de flikker
de flikkers
het flikkertje

Synoniemen
bast, body, corpus, lichaam, lijf, mieter

Tegenstellingen
geest, psyche, ziel