Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

familielid

betekenis & definitie

familielid - zelfstandig naamwoord
uitspraak: fa-mi-lie-lid

1. iemand die deel uitmaakt van dezelfde familie
deze verre neef is een familielid van mij

Zelfstandig naamwoord: fa-mi-lie-lid
het familielid
de familieleden