enkelvoud betekenis & definitie

enkelvoud - zelfstandig naamwoord
uitspraak: en-kel-voud

1. de vorm die aangeeft dat het maar over één ding gaat
♢ het woord 'tafel' is enkelvoud
2. de vorm die overeenstemt met een enkelvoudig onderwerp
♢ het werkwoord 'verft' staat in het enkelvoud

Zelfstandig naamwoord: en-kel-voud