Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

duizelig

betekenis & definitie

duizelig - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: dui-ze-lig

1. met een draaierig gevoel alsof je gaat vallen
ik werd duizelig toen ik naar beneden keek

Bijvoeglijk naamwoord: dui-ze-lig
... is duizeliger dan ...
het duizeligst
de/het duizelige ...