Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

Gepubliceerd op 14-11-2017

delen

betekenis & definitie

delen - regelmatig werkwoord
uitspraak: de-len

1. iedereen er iets van geven
zij moesten de zak snoep met elkaar delen
1. in de winst delen
[er ook een deel van krijgen]
2. nagaan hoe vaak het ene getal in het andere past
♢ 100 gedeeld door 4 is 25
3. er delen van maken
♢ ik deel de koek in twee stukken

Algemene uitdrukkingen:
1. ik deel zijn mening
[ik ben het met hem eens]
2. gedeelde smart is halve smart
[als je verdriet met iemand deelt, is het minder erg]
3. gedeelde vreugd is dubbele vreugd
[als je plezier met iemand deelt, is het sterker]
Regelmatig werkwoord: de-len
ik deel
jij/u deelt
hij/zij deelt
wij/zij/jullie delen
ik/jij/u/hij/zij deelde
wij/zij/jullie deelden
hij heeft gedeeld
de/het/een gedeelde ....

Synoniemen
omslaan, verdelen

Tegenstellingen
vermenigvuldigen

< >