Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

degelijk

betekenis & definitie

degelijk - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: de-ge-lijk

1. duidelijk en met kracht
ik heb haar eens degelijk toegesproken
2. met een goede kwaliteit
dit is een degelijk apparaat
3. op wie je kunt vertrouwen
♢ de ouders van Onno zijn degelijke mensen

Algemene uitdrukkingen:
1. wel degelijk!
[zeker wel!]
Bijvoeglijk naamwoord: de-ge-lijk
... is degelijker dan ...
het degelijkst
de/het degelijke ...
iets degelijks

Synoniemen
deugdelijk, duchtig, expliciet, gedegen, nadrukkelijk, uitdrukkelijk

Tegenstellingen
omzichtig, voorzichtig