Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

dagelijks

betekenis & definitie

dagelijks - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: da-ge-lijks

1. elke dag
ik zie hem dagelijks
1. ik kan voorzien in mijn dagelijkse behoeften
[genoeg geld verdienen om van te leven]
2. het dagelijks bestuur
[het bestuur dat alle lopende zaken behandelt]
2. gewoon, niet bijzonder
♢ de dagelijkse dingen

Bijvoeglijk naamwoord: da-ge-lijks
de/het dagelijkse ...

Synoniemen
kleurloos, saai