Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

buitensporig

betekenis & definitie

buitensporig - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: bui-ten-spo-rig

1. heel anders dan normaal
ze heeft altijd buitensporig veel commentaar

Bijvoeglijk naamwoord: bui-ten-spo-rig
... is buitensporiger dan ...
het buitensporigst
de/het buitensporige ...
iets buitensporigs

Synoniemen
abnormaal

Tegenstellingen
courant, doorsnee, gangbaar, gebruikelijk, gewoon, normaal, normaliter