Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

Gepubliceerd op 14-11-2017

bijzin

betekenis & definitie

bijzin - zelfstandig naamwoord
uitspraak: bij-zin

1. zin die dienst doet als zinsdeel in de hoofdzin
♢ in '[als ik tijd heb] zal ik komen' vormen de eerste vier woorden een bijwoordelijke bijzin
1. bijwoordelijke bijzin
[zin die dienst doet als bijwoordelijke bepaling, bijv. 'als ik tijd heb' zal ik komen]
2. zin die een bepaling vormt bij een zelfstandig naamwoord
♢ in 'de jongen die ik zag lopen heette Bert' is 'die ik zag lopen' een bijzin bij 'jongen'
1. beknopte bijzin
[bijzin waaruit woorden zijn weggelaten, bijv.: het werk dat gemaakt moet worden -> het te maken werk]

Algemene uitdrukkingen:
1. bijvoeglijke bijzin
[is een complete zin, die bepaling vormt bij een zelfstandig naamwoord]
2. uitbreidende bijvoeglijke bijzin
[geeft extra informatie over het onderwerp waar de zin bij hoort]
3. beperkende bijvoeglijke bijzin
[beperkt het onderwerp waar de zin bij hoort]
Zelfstandig naamwoord: bij-zin
de bijzin
de bijzinnen
het bijzinnetje

Tegenstellingen
hoofdzin

< >