Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

betreden

betekenis & definitie

betreden - onregelmatig werkwoord
uitspraak: be-tre-den

1. erover lopen
♢ het is verboden het gras te betreden
2. naar binnen lopen
♢ de koningin betrad het paleis

Onregelmatig werkwoord: be-tre-den
ik betreed
jij/u betreedt
hij/zij betreedt
wij/zij/jullie betreden
ik/jij/u/hij/zij betrad
wij/zij/jullie betraden
hij heeft betreden