Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

berouw

betekenis & definitie

berouw - zelfstandig naamwoord
uitspraak: be-rouw

1. erge spijt dat je iets gedaan hebt
♢ de overvaller toonde wel berouw bij de rechter

Zelfstandig naamwoord: be-rouw
het berouw