Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

auto

betekenis & definitie

auto - zelfstandig naamwoord
uitspraak: au-to

1. vervoermiddel met motor en meer dan twee wielen
♢ als het slecht weer is, ga ik met de auto

Zelfstandig naamwoord: au-to
de auto
de auto's
het autootje

Synoniemen
automobiel