Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

armzalig

betekenis & definitie

armzalig - zelfstandig naamwoord
uitspraak: arm-za-lig

1. wat niet veel voorstelt, onbeduidend
ze hebben maar een armzalig huisje
1. een armzalig loontje
[heel laag]

Zelfstandig naamwoord: arm-za-lig
-er armzalig
de armzaligst

Synoniemen
karig, schamel