Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

apotheek

betekenis & definitie

apotheek - zelfstandig naamwoord
uitspraak: a-po-theek

1. winkel waar je medicijnen koopt
deze pijnstillers moet je in de apotheek halen

Zelfstandig naamwoord: a-po-theek
de apotheek
de apotheken
het apotheekje