accent betekenis & definitie

accent - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ac-cent

1. zwaardere toon waarmee je een lettergreep uitspreekt
♢ het accent in 'aanraden' ligt op de eerste lettergreep
2. manier waarop je de woorden uitspreekt
♢ hij spreekt Nederlands met een Engels accent
3. een teken dat aangeeft hoe je een letter moet uitspreken
♢ door het accent op de laatste letter, weet je hoe je 'café' moet uitspreken
1. accent aigu (aksant eekuu)
[het woord coupé schrijf je met een accent aigu]
2. accent grave (aksant kraave)
[het woord crème schrijf je met een accent grave]
3. accent circonflexe (aksant sirkonfleks)
[het woord crêpe schrijf je met een accent circonflexe]

Zelfstandig naamwoord: ac-cent
het accent
de accenten
het accentje

Synoniemen
klemtoon, nadruk