Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

abrikoos

betekenis & definitie

abrikoos - zelfstandig naamwoord
uitspraak: a-bri-koos

1. oranje vrucht met zachte huid en dikke pit
♢ van abrikozen kun je lekkere jam maken

Zelfstandig naamwoord: a-bri-koos
de abrikoos
de abrikozen
het abrikoosje