Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

aanzienlijk

betekenis & definitie

aanzienlijk - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: aan-zien-lijk

1. behoorlijk groot of veel
♢ Jan heeft een aanzienlijk bedrag op zijn rekening
1. in aanzienlijke mate
[ruimschoots, veel]

Bijvoeglijk naamwoord: aan-zien-lijk
... is aanzienlijker dan ...
het aanzienlijkst
de/het aanzienlijke ...
iets aanzienlijks

Synoniemen
aanmerkelijk, belangrijk, kapitaal, respectabel

Tegenstellingen
gering, pover, weinig