Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

aanleg

betekenis & definitie

aanleg - zelfstandig naamwoord
uitspraak: aan-leg

1. aangeboren handigheid of geschiktheid voor iets
♢ Joop heeft aanleg voor wiskunde
2. het maken of bouwen van iets
♢ wie betaalt de aanleg van die nieuwe weg?

Zelfstandig naamwoord: aan-leg
de aanleg

Synoniemen
begaafdheid, talent

Tegenstellingen
euvel, fout, gebrek, handicap, mankement