Monumenten in Overijssel

Encyclopedie over monumenten in Overijssel (2010)

Gepubliceerd op 02-01-2020

Woonhuizen in Enschede

betekenis & definitie

Woonhuizen. Van de woongebouwen van vóór de brand van 1862 zijn er slechts twee overgebleven.

Het in 1806 gebouwde Blijdensteinhuis aan de Langsestraat ter plaatse van de Eschpoort, dat de brand overleefde, werd in 1944 verwoest. Het Elderinkshuis (De Klomp 35) is een deftig herenhuis met lijstgevel in Lodewijk XVI-stijl, dat in 1783 werd gebouwd voor Hendricus Nagel.

In 1799 kwam het in bezit van Joost Maurits Elderink, fabrikeur van bombazijnen stoffen. Het biedt nu onderdak aan de Oudheidkamer Twente.

Het Roessinghshuis (Langestraat 41) is een deftig herenhuis; het heeft een brede zandstenen lijstgevel met Lodewijk XVI-details en een balkon op twee corinthische zuilen. Het werd in 1803 gebouwd voor de fabrikeur H.J.

Roessingh en diens vrouw J.B. van Heek. Het uitgebrande geraamte werd na de brand van 1862 herbouwd, waarna het in 1881 in gebruik kwam bij de bankiersfirma B.W.

Blijdenstein jr. en na 1910 kantoor werd van de firma Gerh. Jannink & Zn.

Het Van Heekshuis (Oude Markt 26), dat in 1803 was gebouwd, moest wel geheel herbouwd worden, waarna omstreeks 1870 een gepleisterd pand in eclectische vormen ontstond met een hoge stoep en inpandige entree onder een balkon en wenkbrauwen boven de vensters.

Het woonhuis Oldenzaalsestraat 110-112 uit 1871 voor Chr.N.E.

Janssen is het eerste gebouw dat werd ontworpen (en gebouwd) door G. Beltman.

Het pand heeft een neoclassicistische hoofdvorm en eclectische details, zoals wenkbrauwen. Eclectisch van vormgeving zijn Noorderhagen 4 (omstreeks 1880), Noorderhagen 36-38 (1893) en Haaksbergerstraat 250-252 (omstreeks 1895).

Meer neoclassicistisch zijn Oldenzaalsestraat 123 uit omstreeks 1890, verbouwd in 1911, of Emmastraat 2-8 uit 1901 naar plannen van H. Reijgers.

Een neorenaissance-trapgevel heeft Walstraat 38, uit omstreeks 1895. Arbeiderswoningen in de vorm van eenlaags afdakswoningen, zoals die er van 1861 tot 1934 in de Krim en Sebastopol stonden, zijn vrijwel niet bewaard gebleven.

Latere voorbeelden zijn Olieslagweg 63-69 (1900) en Schurinksweg 55-59 (omstreeks 1905). Ze werden ook niet zoveel gebouwd, omdat er vanaf 1866 een fonds bestond dat premies uitkeerde aan arbeiders die voor zichzelf een woning bouwden, waarna zij in het ene deel zelf gingen wonen en het andere verhuurden.

Hierdoor ontstond het voor Enschede karakteristieke bouwtype van twee-onder-één-kap met mansardedak en een gang aan beide zijden.

Gave voorbeelden zijn Leidsweg 25-27 (1901), Waldeckstraat 13-23 (1902), Hengelosestraat 226-236 (omstreeks 1905) en Rietmolenstraat 9-37 (Omstreeks 1910).

Naast dit bouwen in eigen beheer verrezen dergelijke woonhuizen ook naar plannen van bouwmeesters, zoals Haaksbergerstraat 311-313 uit omstreeks 1905 door J.H.C. Roessink en C.J.

Snuifstraat 5-15 uit 1907 door R. van der Woerd voor de verhuurder B. Dalenoord.

Daarnaast zijn een aantal aardige burgermanswoningen te vinden in chalet- of simpele jugendstil-vormen: Emmastraat 143-145 (1898), Haaksbergerstraat 473 (omstreeks 1905), Lipperkerkstraat 101-103 (1909) en Molenstraat 30-36 (1905), alle naar plannen van Beltman. Een combinatie van chalet- en jugendstil-vormen hebben Marthalaan 14 (1910, J.C.

Kromhout van der Meer) en Ripperdastraat 15 (1912, A.G. Beltman).

Jugendstil-materiaalgebruik vertoont Ripperdastraat 23-29 uit 1908, naar plannen van A.L. Clemens voor T.L.

Clemens.

De door M.G.A. van der Lande in eigen beheer gebouwde panden Soendrastraat 12-32 vertonen een zeer eigen jugendstil-signatuur.

Goede voorbeelden van burgermanswoningen uit de jaren dertig staan aan de H.B. Blijdensteinlaan, Bolhaarslaan, Laaressingel en Lasondersingel.

Het ten oosten van Enschede gelegen Woonhuis Zijlstra (Leutinkweg 45) werd in 1933 gebouwd in de vormen van het Nieuwe Bouwen, naar plannen van J.B. van Loghem. Het wit gepleisterde pand wordt gekenmerkt door een plat dak en strakke horizontale raamstroken met stalen kozijnen.