Het voorm. convent of fraterhuis van de Broeders des Gemenen Levens in Zwolle betekenis & definitie

Het voorm. convent of fraterhuis van de Broeders des Gemenen Levens ontwikkelde zich na de stichting in 1384 door Johan Essekensz. en twee metgezellen tot een gebouwencomplex in het gebied tussen Blijmarkt, Papenstraat, Praubstraat en Goudsteeg. Het Zwolse fraterhuis was een van de belangrijkste van de Moderne Devotie. De scholieren van de (verdwenen) stadsschool aan het Grote Kerkplein, die onder leiding van meester Johan Cele (1377-1417) grote vermaardheid had gekregen, werden in het complex gehuisvest, waarbij men onderscheid maakte tussen de gebouwen voor de betalende en de niet-betalende scholieren, respectievelijk het Rijke- en het Arme-Fraterhuis. Vooral in de tweede helft van de 15de en het begin van de 16de eeuw kwamen diverse nieuwe gebouwen tot stand. Het Rijke-Fraterhuis werd in 1592 opgeheven en het Arme-Fraterhuis enkele jaren later. Bij restauraties in de jaren 1968-'86 zijn de resterende, vaak ingrijpend verbouwde, onderdelen van het complex weer herkenbaar gemaakt en worden ze aangeduid als het ‘Celecomplex’, een verwijzing naar meester Johan Cele.

Het oudst bewaarde bouwdeel is de niet toegankelijke kelder onder de Manegezaal van het Odeoncomplex, waarschijnlijk een restant van het St.-Gregoriushuis of Domus Major uit 1396. Ook een zijgevel van dat gebouw is behouden gebleven in de stadsschouwburg. Het hoekhuis Blijmarkt 21 werd in 1444 aan de broeders geschonken en omstreeks 1470 verbouwd tot mouterij (voorhuis) en kapel (achterhuis) van het convent. De zijgevel aan de Papenstraat is in 1974 gereconstrueerd. De gepleisterde lijstgevel aan de voorzijde dateert uit de tweede helft van de 19de eeuw. Drie paardenkoppen in de gevel herinneren eraan dat het pand toen als stalhouderij in gebruik was. Het achterliggende pand Papenstraat 11-13 zal omstreeks 1460 zijn gebouwd als gastenverblijf en ziekenzaal van het convent. Achter de in 1974 gerestaureerde gevel zijn balklagen en de kap uit de bouwtijd bewaard gebleven. Papenstraat 3 is het zogeheten Poortje van Cele, waarvan gewoonlijk wordt aangenomen dat Johan Cele hier zou hebben gewoond. De oudste delen van dit in 1968 gerestaureerde pand, zoals een kleine kelder met kruisgewelf, gaan evenwel niet verder terug dan de 16de eeuw. Eeuwenlang werd het bewoond door arme alleenstaande vrouwen. De muur van de binnenplaats heeft een poortje met korfboog in spitsboognis, die ondanks de gotische profilering in de korfboog is gedateerd op 1623; ernaast zit een venster met gesmede vensterkorf.

De gebouwen van het Rijke-Fraterhuis verrezen langs de Praubstraat en het binnenterrein. Van het huis Praubstraat 16-18, gerestaureerd in 1985-'86, verrees het noordelijk deel (nr. 16) in het derde kwart van de 15de eeuw. De samenvoeging met het, deels oudere, zuidelijke deel (nr. 18) kwam in 1496-'97 tot stand. De huidige gepleisterde voorgevel dateert uit de 19de eeuw. Aan de rechterzijde geeft een poortdoorgang toegang tot het binnenterrein. De achtergevel heeft drie bogen op zandstenen pijlers, die getuigen van de middeleeuwse functie als poortgebouw.

Inwendig zijn resten van de laat-middeleeuwse houtconstructies bewaard gebleven. Bij de restauratie is door middel van een nieuwe, met lood beklede luchtbrug een verbinding gemaakt met de op het binnenterrein gesitueerde voorm. aula annex refectorium (Praubstraat 14), een drielaags gebouw met zadeldak tussen tuitgevels, dat blijkens een steen met ingekrast jaartal in de oosthoek dateert uit 1497. Bij de restauratie (1985-'86) zijn enkele vroeg-18de-eeuwse schuifvensters op de tweede verdieping gehandhaafd. Uit de bouwtijd dateren de samengestelde balklagen met geprofileerde consoles en de kapconstructie met gestapelde jukken. Onder het gebouw bevindt zich een tweebeukige kelder met ribloze kruisgewelven en achtkante zandstenen middenpijlers. De kelder bevat restanten van de fundering van het Domus Parva, waar het fraterhuis in 1384 werd gesticht.

De gebouwen van het Arme-Fraterhuis stonden aan de oostzijde van de Praubstraat, maar daarvan is weinig over omdat ze bij de bouw van het nieuwe stadhuis (1973-'76) grotendeels zijn gesloopt. Zo viel het aan de Goudsteeg gelegen Domus Pauperum (later Wijnbeekschool) onder de hamer. Van het uit 1516 daterende Domus Clericorum (Praubstraat 17) bleef alleen de kelder bewaard en een deel van de achtergevel. Het zuidelijker gelegen Langhuis (Goudsteeg 8) was wellicht ooit bij het Arme-Fraterhuis in gebruik. Dit eenlaags dwarshuis bestaat uit twee door een brandmuur gescheiden delen.