Zaandam(gemeente Zaanstad) betekenis & definitie

Stad, ontstaan aan de monding van de Zaan in het IJ. Het nabijgelegen dorp Saenden werd in 1155 door de West-Friezen verwoest, waarna in de 13de eeuw op de oostoever van de Zaan een nieuwe nederzetting ontstond bij een rond 1288 in de Zaan gelegde dam.

Op een kunstmatige terp verrees een kapel (eerste vermelding 1411). Kort daarop ontwikkelde zich ook een bewoningskern ten westen van de dam en sindsdien wordt er gesproken van de Oostzijde en de Westzijde of van Oost- en Westzaandam.

De Westzijde kreeg in 1640 een eigen kerk. De bebouwing ontwikkelde zich langs de beide rivierdijken in noordelijke richting (de Achterzaan; Oostzijde en Westzijde) en in zuidelijke richting (de Voorzaan; Hogendijk en Zuiddijk).

Haaks op de rivierdijken lagen landinwaarts veel dwarspaden die naar industriemolens leidden.De dam had aanvankelijk twee overwelfde schutsluizen. Na de drooglegging van de Beemster (1612) werden deze aangevuld met een uitwateringssluis. Voor de grotere schepen kwam er in 1609 een overtoom, die tot 1718 heeft gefunctioneerd. De 17de eeuw was een periode van ongekende industriële bloei voor Zaandam, dat een belangrijk centrum van houthandel en scheepsbouw werd. In 1697 en in 1717 verbleef tsaar Peter de Grote enige tijd in Zaandam om zich te bekwamen in de scheepsbouw. Voor de groeiende bevolking werden in de 17de eeuw veel eenvoudige woningen gebouwd langs de bestaande en langs nieuwe dwarspaden.

Door de verminderende bevaarbaarheid van de Zaan ging het in de 18de eeuw economisch neerwaarts. In 1811 verenigde Napoleon bij Keizerlijk Decreet de dorpen Oost- en Westzaandam tot de stad Zaandam. Een tweede industriële bloeiperiode beleefde Zaandam na 1850. Daarbij verdween ook veel van de 17de-eeuwse bebouwing. Vanaf het eind van de 19de eeuw werd de ruimte tussen de 17de-eeuwse dwarspaden verkaveld volgens bestaande structuren (kavelsloten). De Zeemanstraat en Botenmakersstraat dateren uit deze periode.

De Gedempte Gracht, waarvan de gracht circa 1850 is gedempt, is een 17de-eeuws dwarspad. Naast verdichting van de bebouwing kwam in noordelijke richting ook een nagenoeg gesloten strook fabrieksbebouwing tot stand (Albert Heijn, Sigma, Van Gelder). Aan de Westzijde ontwikkelde zich vanaf 1886 aan weerszijden van de weg het Verkade-complex. Tussen de Voorzaan en het Noordzee Kanaal kwam in 1879 het zijkanaal G in gebruik. In 1883 werd het Oostzijder Kattegat doorgraven en splitste men de Voorzaan in een balkenhaven (noordelijke deel) en een havenkom (zuidelijke deel). In 1903 opende men de nieuwe Wilhelminasluis en werd de Achterzaan uitgediept. Een in 1911 aangelegde nieuwe balkenhaven kreeg een directe verbinding met de oude havenkom in de Voorzaan.

Rondom deze haven was de houtverwerkende industrie gevestigd (Bruynzeel, 1897). Het gebied ten oosten van de Zuiddijk werd in de jaren twintig en dertig volgebouwd.

Belangrijke ingrepen in het centrum waren de aanleg van het plein de Dam en de Wilhelminastraat (circa 1910), en later de doorbraak tussen Gedempte Gracht en Dam (1955) en de bouw van de Beatrixbrug (1958) en de nieuwe Wilhelminabrug (1965) over de sluizen. Verschillende buurten zijn gesaneerd vooral in de laat-19de-eeuwse uitbreidingen waaronder de Russische Buurt en de Stationsbuurt. Vanaf circa 1980 heeft men aan de Oostzijde veel industriecomplexen vervangen door woningbouw, zoals de levensmiddelenfabriek van Albert Heijn (1994), of verbouwd tot appartementen, zoals de papierfabriek van G.J. van Gelder (2005). Ook zijn er nieuwe kantoren gebouwd, bijvoorbeeld het hoofdkantoor van Ahold (moederconcern Albert Heijn) aan de Albert Heijnweg (1988-'90, ontwerp W. Visser).