Waag (Alkmaar) betekenis & definitie

De waag (Waagplein 2), nu ingericht als museum, bestaat uit het schip en transept van de kapel van het voorm. H.

Geesthuis, een ter plaatse van het koor van die kapel opgetrokken waaggebouw en een klokkentoren. Het eenbeukige schip van de 14de-eeuwse kapel werd in 1597 met houten vloeren verdeeld in een begane grond (vleeshal), verdieping en zolder (stadkorenzolders), maar bezit nog grotendeels het houten tongewelf (tweede helft 15de eeuw).De rijke maniëristische gevel van het in 1582 opgetrokken waaggebouw heeft een onderbouw van gebosseerde natuursteen met drie rondboogpoorten, een met dorische pilasters gelede verdieping en een trapgevel met ionische en corinthische pilasters, rolwerk, obelisken, vazen en een stadswapen met twee vrouwenfiguren (Vrede en Gerechtigheid). De geveltop werd in 1884 naar plannen van W.F. Ducroix vernieuwd met verschillende afwijkingen van het oorspronkelijke ontwerp, zoals het tegeltableau met de Alkmaarse stedenmaagd geflankeerd door Ceres en Mercurius (gemaakt van geëmailleerde lava door de Parijse firma Veuve Gillet). In de waagruimte hangen laat-17de-eeuwse ijzeren balansen.

De klokkentoren verrees in 1597-1602 op de vieringpijlers van de kapel en heeft een omgang met balustrade op consoles en een houten achtkant met opengewerkte peervormige bekroning ontworpen door Pieter Cornelisz Kunst. In de toren hangen een door Hendrick Wegewaert gegoten klok (1616), een carillon met onder meer negen klokken van Melchior de Haze (1688), en enkele sierklokjes (1688). Het uur- en speelwerk is uit 1684, de wijzerplaten zijn uit 1712.

Onder de omgang van de toren zit een kast met een ruiterspel dat bij de half- en de heeluurslag in werking treedt.