V.O.C.-werfterrein in Amsterdam betekenis & definitie

Het voorm. V.O.C.-werfterrein op Oostenburg ontstond toen de V.O.C. in 1661 haar scheepsbouwactiviteiten naar de pas aangelegde Oostelijke Eilanden verplaatste. Hier werden scheepswerven, loodsen en touwbanen ingericht.

Naar ontwerp van Daniël Stalpaert verrees het grote Oostindisch Zeemagazijn (1661), dat na de opheffing van de V.O.C. (1798) in 1822 instortte als gevolg van slecht onderhoud. Aan de oostrand van Oostenburg kwamen rond 1660 naast elkaar twee lijnbanen tot stand. Beide zijn verdwenen op de classicistische voorgebouwen na. Het voorm. pakhuis en kantoor van de Admiraliteitslijnbaan (Oostenburgergracht 79-81) heeft een trapeziumvormige gevel met gebeeldhouwde aanzetkrullen, twee omlijste ovale vensters en een bekroning met het admiraliteitswapen (gekruiste ankers). Bij het naastgelegen voorm. pakhuis en kantoor van de V.O.C.-lijnbaan (Oostenburgergracht 77) wordt het middenrisaliet bekroond door een fronton met het V.O.C.-monogram. Achter dit gebouw staat het sobere, later sterk verbouwde, vierlaagse gebouw van het voorm. Nieuwe Magazijn uit 1720 (Compagniestraat).

Het V.O.C.-terrein werd in 1827 in gebruik genomen als reparatiewerf voor stoomschepen door P. van Vlissingen - mede-oprichter van de Amsterdamsche Stoomvaart Maatschappij - en A.E. Dudok van Heel. Vanaf 1840 vond hier scheepsnieuwbouw plaats. Na liquidatie (1870) werd het werk voortgezet als Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen (failliet 1891). De in 1894 op het westelijke deel van Oostenburg gestichte Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij ging in 1919 naar Amsterdam-Noord. Op het oostelijke deel ontstond in 1891 de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmateriaal (vanaf 1929 Werkspoor N.V.). Voor deze fabriek verrees het neorenaissance-gebouw Oostenburgergracht 73 (1891) en ontwierp A.L. van Gendt tussen 1895 en 1905 enkele productiehallen met bakstenen gevels voorzien van klimmende boogfriezen. De voorm. werkspoorkantine (Oostenburgergracht 75; 1951, M.F. Duintjer) is tegenwoordig in gebruik als ‘het Werktheater’. Na een fusie met Stork tot de N.V. Stork-Werkspoor (1954) ontstonden nog enkele grote productiehallen. Nu vindt een herinrichting van het gebied plaats ten behoeve van wonen, werken en culturele activiteiten.