's-Graveland(gemeente Wijdemeren) betekenis & definitie

Dorp, ontstaan op de grens van de Gooise zandgronden met het Hollands-Utrechtse laagveengebied. Het laagveen was al in de 12de eeuw ontgonnen. Een groep Amsterdamse notabelen kreeg in 1625 van de Staten van Holland een concessie om de hoger gelegen woeste heidegronden te ontzanden en te ontginnen. Na een overeenkomst met de Erfgooiers (1634) groef men daartoe langs de grens van veen en zand de 's-Gravelandsevaart, die uiteindelijk via een sluis bij Uitermeer in de Vecht uitkwam (1648). Het gewonnen zand werd gebruikt bij de aanleg van de Amsterdamse stadsuitbreidingen. Tot de overeenkomst met de Erfgooiers behoorden ook het graven van een aftakking naar Hilversum (Gooise Vaart), met naastgelegen weg (Beresteinseweg), en de aanleg van twee wat noordelijker gelegen dwarsverbindingen (Ankeveensepad en Leeuwenlaan).

Hoewel de in het ontginningsgebied onder de participanten uitgezette kavels aanvankelijk vooral een agrarische bestemming hadden, vormde zich hier al snel een aaneengesloten reeks buitenplaatsen. In 1657 kreeg 's-Graveland een kerk. Franse troepen plunderden in 1672-'73 het dorp en de buitenplaatsen. Rond 1700 vond aan de oostzijde over de hele lengte een verdere uitbreiding en afzanding plaats (Naarderveld, Trompenveld). Aan de westzijde van de vaart ontstond een langgerekte dorpsbebouwing, die later verder werd verdicht.

Dankzij het kalkarme water in de omgeving had 's-Graveland diverse linnenwasserijen en -blekerijen. In de 18de eeuw ontstonden steeds grotere buitenplaatsen. Na de Tweede Wereldoorlog is het middelste deel van het lintdorp uitgebreid en aan de noordpunt van Kortenhoef vastgegroeid. 's-Graveland is een beschermd dorpsgezicht.

Gepubliceerd op 30-05-2017