Remises Amsterdamse Omnibus Maatschappij (A.O.M.). in Amsterdam betekenis & definitie

Deze maatschappij werd opgericht in 1872 met K.H. Schadd als eerste directeur. Onder leiding van A.L. van Gendt kwam in 1874-'75 de paardentramlijn Leidseplein-Plantage tot stand, die in 1877 werd doorgetrokken via de Overtoom naar de Amstelveenseweg. Vervolgens ontstond een uitgestrekt tramnet.

De voorm. paardentramremise met stalgebouw Overtoom 373-373a werd in 1876-'77 gebouwd naar plannen van Van Gendt en kort daarop uitgebreid met een smederij en wagenmakerij (in 1936 in gebruik genomen door een autoverhuurbedrijf). Samen met zijn zoon J.G. van Gendt ontwierp hij in 1893 in rijke neorenaissance-vormen de voorm. paardentramremise Koninginneweg 29-31 met stallen, smederij en bovenwoning. In 1933 werd de remise verbouwd tot sectiepost voor de stadsreiniging en nu is het een wijkgebouw van de politie. In 1884 ontwierpen G.B. en A. Salm het nieuwe remisecomplex Amstelveenseweg 134 voor tramwagens. Het ontwerp voor deze opmerkelijk rijk uitgevoerde remise met dienstwoning (stalbaas) toont een op de Russische houtbouw geïnspireerde eclectische stijl. De remise was via een binnenplaats verbonden met de in eclectische stijl uitgevoerde paardenstallen met bovenwoningen Schinkelhavenstraat 27/Schinkelstraat 16. In 1884-'86 werd naar hun ontwerp ook de voorm. tramremise Linnaeusstraat 30 gebouwd, waarvan alleen het in rijke neorenaissance-stijl uitgevoerde voorgebouw met bovenwoningen resteert.