Oostindisch Huis in Amsterdam betekenis & definitie

Het voorm. Oostindisch Huis (Oude Hoogstraat 24) is een in fasen gegroeid gebouwencomplex met binnenplaats.

Een in 1551-'55 aan de Kloveniersburgwal gebouwd stadsarsenaal of ‘bushuis’ werd in 1603 door de Verenigde Oostindische Compagnie (V.O.C.) in gebruik genomen als belangrijkste van zijn zes vestigingen of ‘kamers’.In de tuin van het aangrenzende voorm. Paulusbroederklooster verrees in 1606 haaks op het bushuis een administratievleugel met onderkelderde grote zaal, mogelijk naar ontwerp van Hendrick de Keyser. Dit rijke maniëristische bouwdeel heeft een afgeknotte topgevel, zandstenen banden en een zandstenen ingangsomlijsting. In aansluitende stijl bouwde men vervolgens in 1633-'34 een west- en een noordvleugel. Aan de Oude Hoogstraat ontstond een, mogelijk door Pieter de Keyser ontworpen, gevel met zandstenen dorisch toegangspoortje, geblokt basement en geledingen met dorische en gekoppelde ionische pilasters. Aan de westzijde volgde in 1658-'61 nog een uitbreiding in sobere classicistische stijl (toegeschreven aan Hendrik jr. en Thomas de Keyser).

Na de opheffing van de V.O.C. (1798) volgde in 1806 een verbouwing ten behoeve van het ministerie van Marine en Koloniën. Na 1832 kwam het complex in gebruik bij de belastingdienst. Het bushuis brak men in 1889 grotendeels af ten gunste van een belastinggebouw (Kloveniersburgwal 48) naar ontwerp van rijksbouweester C.H. Peters, met aan de straatzijde gevels in zijn karakteristieke ‘postkantoren-gotiek’ en aan de binnenplaatszijde een bij de vroeg-17de-eeuwse stijl aansluitende gevel.

Het in 1579 opgeheven Paulusbroederklooster waarvan de kerk een Waalse kerk werd diende vervolgens als proveniershuis onder de naam St.-Jorishof (Dwars Spinhuissteeg). In 1747 verving men de westvleugel van dit klooster door een nieuw proveniersgebouw in Lodewijk XV-stijl. Het proveniershuis werd in 1809 opgeheven, waarna het in 1822 een functie kreeg ten behoeve van het Amortisatiesyndicaat van het ministerie van Financiën. Vanaf 1865 was hier het ‘Grootboek der Nationale schuld’ gevestigd, waartoe het door C. Outshoorn werd verbouwd. In 1902 maakte men een verbinding tussen het Oostindisch Huis en het St.-Jorishof, waarna onder leiding van Peters in 1912 een verbouwing volgde.

Het gehele complex is in 1965 in handen gekomen van de Universiteit van Amsterdam en vervolgens verbouwd (1965, H. Klok) en gerestaureerd (1975-'78, J. Schipper).