Muiden betekenis & definitie

Stad, ontstaan aan de monding van de Vecht in de Zuiderzee. In 953 kreeg de bisschop Balderik van Utrecht van keizer Otto I tolrechten op deze drukbevaren handelsroute tussen het Duitse achterland en de Noordzee. Op de oeverwallen aan beide zijden van de Vecht ontstond in de 10de eeuw een vissersplaats, die als voorhaven van Utrecht diende. In de 13de eeuw verplaatste de handel zich echter naar Amsterdam. Muiden, dat in het omstreden grensgebied tussen Utrecht en Holland lag, kwam in 1226 aan de heer van Amstel.

Kort na 1280 stichtte graaf Floris V het Muiderslot, waar hij in 1296 werd gevangen gezet, om vervolgens bij Muiderberg te worden vermoord. In 1317 werd Muiden definitief Hollands. De eerder verleende stadsrechten zijn in die tijd bevestigd. De dijk op de westoever (Weesperstraat-Helling) kreeg aan beide zijden bebouwing, die aan de oostoever (Herengracht) ontwikkelde zich tot een kade. Een brug over de Vecht wordt voor het eerst vermeld in 1403. Door verzanding voor de kust nam de groei af en werd Muiden een grensvesting tegen het Sticht.

In 1577 kwam Muiden in het Staatse kamp en dat jaar begon men met de aanleg van een gebastioneerde omwalling rond Muiden en het Muiderslot. De stad had in 1564 en 1611 te lijden van stadsbranden. Gestimuleerd door de aanleg van de Muider- en de Naardertrekvaart (1641) - met verplichte overstap te Muiden - ontstond in de 17de eeuw een nieuwe bloeiperiode. Belangrijk was ook de aanleg van de ‘Grote Sluizen’ (1674). Als nijverheid waren de zoutziederij en de scheepsbouw van belang, evenals de in 1703 gestichte kruitfabriek. Diverse ontploffingen (onder meer 1883, 1896, 1923 en 1972) maakten die fabriek tot een dubieus genoegen. In de 18de en 19de eeuw veranderde er weinig aan de ruimtelijke structuur. Wel werden de vestingwerken vernieuwd in het kader van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (circa 1850). Met de voltooiing van het Merwedekanaal (1893) verminderde de scheepvaart via Muiden.

In 1923 werd de westelijke vesting opgeheven, waarna de Singelstraat en omgeving tot stand kwamen (1927-'30). Rond 1930 verdween het doorgaande verkeer uit het centrum door de bouw van een nieuwe, zuidelijker gelegen, Vechtbrug. Pas na de Tweede Wereldoorlog ontstond er woonbebouwing buiten de vesting. De monding van de Vecht heeft men in 1950 veranderd in een grote jachthaven voor het toenemende watertoerisme. Voor de werknemers van de kruitfabriek is in 1954-'55 aan de noordwestzijde een wijk gebouwd naar plannen

van W. Bruin (1943). Verder is Muiden uitgebreid aan de zuidwestzijde (1966-'70) en de oostzijde (1971-'75). In de binnenstad is de oude kerk door sanering vrij komen te staan. Ter plaatse van de gesloopte zoutfabriek Bouvy (Herengracht) zijn woningen gebouwd. Het centrum van Muiden is een beschermd stadsgezicht.

Gepubliceerd op 30-05-2017