Kolhorn(gemeente Niedorp) betekenis & definitie

Dorp, ontstaan in de 14de eeuw aan de binnenzijde van de Westfriese Omringdijk, die hier een scherpe bocht maakt (‘horn’ betekent hoek).

De Hoogsloot mondde hier in de Zuiderzee uit en dit maakte Kolhorn vanaf het eind van de 16de eeuw tot een voorhaven van Schagen. In de 18de eeuw waren de visserij (wier, ansjovis) en de overslag van turf de belangrijkste bestaansbronnen. In 1788 brandde het dorp af. Een zeesluis in de Hoogsloot kwam in 1844 gereed. Sinds de inpoldering van de Waard- en Groetpolder (1844-'47) speelt de visserij een geringere rol. In 1936 en in 1941 zijn de in het Kolhornerdiep uitmondende kanalen vanaf Schagen en Alkmaar voltooid. Na de oorlog is het beschermde gezicht Kolhorn aan de westzijde enigszins uitgebreid.

Gepubliceerd op 26-05-2017