Hofjes en proveniershuizen in Alkmaar betekenis & definitie

Het Huis van Zessen (Schoutenstraat 2) werd in 1510 bij testamentaire beschikking van Dirk Symonsz van Boshuyzen gesticht als tehuis voor zes katholieke mannen. Dit sinds 1998 bij het stadhuiscomplex behorende gebouw heeft een mogelijk 16de-eeuwse kern. De 19de-eeuwse neoclassicistische lijstgevel is voorzien van een blokbepleistering. Het interieur bevat enkele vertrekken in late neorenaissance-stijl, zoals de grote zaal (1910) en de regentenkamer (1922). Het in 1540 door Pieter Claesz Paling en Josina van Foreest gestichte Provenhuis van Paling en Van Foreest (Zevenhuizen 13) werd in 1583 met enkele huisjes uitgebreid, in 1864 herbouwd en kort daarna met een vleugel langs het bolwerk vergroot. Om de binnenplaats staan zestien huisjes.

Het hoger opgetrokken hoekpaviljoen heeft in de afgeschuinde zijde een pilastergeleding en boven de ingang een stichtingssteen met alliantiewapen. Margaretha van Splinter liet in 1646 (gevelsteen) het Provenhuis van Splinter (Ritsevoort 2) bouwen. Van dit diepe huis werd de trapgevel in de 19de eeuw gewijzigd in een lijstgevel met een lage verdieping onder een kroonlijst met trigliefconsoles. In een rechthoekige nis staat een schilddragende vrouwenfiguur. Achter de toegangspoort liggen acht woningen aan een deels open galerij met houten zuilen en gebogen zoldering. In 1656 werd op het terrein van het voorm. Maria Magdalenaklooster en naast het Hof van Sonoy het Provenhuis van Nordingen of ‘Huis van Achten’

(Lombardsteeg 23) gesticht voor ten hoogste acht oude mannen. Van dit U-vormige gebouw heeft de zuidvleugel (Gedempte Nieuwesloot) in het midden een gelede classicistische topgevel met klauwstukken, een cartouche (1656) en twee nissen met figuren van schildhoudende oude mannen. In de Lombardsteeg bevindt zich de 18de-eeuwse toegang met geblokte omlijsting. De regentenkamer bevat een 17de-eeuwse schouw en enkele schilderijen, waaronder een regentenstuk door Dirk Metius (1660) en portretten van de stichter Johan van Mordingen en zijn vrouw door Caesar van Everdingen. Het Provenhuis van Geertruyd van Bijlevelt (Koningsweg 83) werd door haar bij testament (1657) gesticht. Het tien jaar later hiertoe aangekochte huis - mogelijk daterend uit 1621 - werd in 1727 vergroot met een regentenkamer door Daniël Kleeff Willemsz en in 1751 uitgebreid met een benedenkamer. Dit L-vormig complex heeft in de lage vleugel een 17de-eeuws korfboogvormig poortje met gebeeldhouwde sluitsteen. In het hoekhuis bevindt zich een beschilderd plafond met ranken, druiventrossen en vogels (1621). De weduwe van de schilder Caesar van Everdingen stichtte in 1694 het Provenhuis van Helena van Oosthoorn (Koningsweg 70), dat bij een verbouwing in 1734 naar plannen van Daniël Kleeff Willemsz een lijstgevel kreeg. De geblokte pleisterlaag stamt uit de 19de eeuw. Het Provenhuis van Wildeman (Oudegracht 45), gesticht in 1717 door Gerrit Wildeman (gedenksteen), is een carrévormig complex met binnenplaats. De regentenkamer bevindt zich in het hoger opgetrokken poortgebouw met drie door Jacob van der Beek vervaardigde gevelbeelden: een wildeman met knots in de nis boven de doorgang en twee vrouwenfiguren als personificaties van armoede en ouderdom. Dit in 1849 gemoderniseerde hofje is in 1965 gerenoveerd.

In plaats van een in 1680 door Lourens van Oosthoorn gesticht provenhuis aan de Langestraat kwam in 1898 naar ontwerp van G. Looman de Stichting Lourens van Oosthoorn (Kennemerstraatweg 148) tot stand als een neorenaissance-gebouw met hoger opgetrokken middenpartij. Als filiaalhofje van het eerder genoemde proveniershuis werd in 1901 de U-vormige Stichting Paling Van Foreest (Steijnstraat 14-26/50-70) gebouwd naar een neorenaissance-ontwerp van H.G.Th. Mann. Het complex werd in 1951-'52 uitgebreid aan de Paul Krugerstraatzijde met de Ringershof naar ontwerp van C.D. van Reijendam. In 1986-'87 werd het gerenoveerd.

Gepubliceerd op 22-05-2017