Het Snouck van Loosenhuis in Enkhuizen betekenis & definitie

(Dijk 34-36) [42] is een patriciërswoning met souterrain en bel-etage, voorzien van een rijk bewerkte hardstenen gevel met attieklijst en dakkapellen. In 1741-'42 lieten burgemeester Dirck Semeyns van Loosen en zijn vrouw Maria Bontekoning hier een diep huis bouwen in rijke Lodewijk XIV-stijl.

Gelijktijdig verrees ter rechterzijde een tuinkoepel in Lodewijk XV-stijl. Hun zoon Dirk Elias van Loosen gaf in 1786 opdracht tot een uitbreiding in Lodewijk XVI-stijl ter linkerzijde (twee traveeën). Bij het pand behoren een bordestrap, stoeppalen met kettingen en hekken bij het tuinhuis. Binnen is er een gang met stucreliëfs als bovendeurstukken (Lodewijk XIV-stijl). In het rechterdeel zijn de voor- en de achterkamer behangen met rood velours d'Utrecht (1742) en de achterkamer heeft een marmeren schouw met schouwstuk (Pieter Terwesten) tussen twee servieskasten. Het linkerdeel bevat goudleerbehang en een schouw (mogelijk François Absiel) met schouwstuk (1742, Mathias Terwesten), beide afkomstig uit de in 1890 afgebroken achterkamer. De tuinkoepel is voorzien van een plafondschildering.

Na het overlijden van Margaretha Maria Snouck van Loosen († 1885) - de laatste telg van deze redersfamilie - verrees naar haar wens in 1890-'92 aan de achterzijde een bejaardentehuis (H.J. Schimmelstraat 3) voor acht dames. Dit tweelaagse gebouw met souterrain is ontworpen in neorenaissance-stijl door C.B. Posthumus Meyjes. Uit dezelfde tijd stammen op de binnenplaats het tuinhuis in chaletstijl en het prieel met cementrustiek (firma F.J. Moerkoert). Verder ontwierp Posthumus Meyjes ook het in neorenaissance-stijl uitgevoerde koetshuis annex stal en twee dienstwoningen (Dijk 50; 1890).

Gepubliceerd op 26-05-2017