(Herv.) Westerkerk in Amsterdam betekenis & definitie

De (Herv.) Westerkerk (Prinsengracht 279) is een recht gesloten driebeukige basilicale kerk met twee dwarsbeuken en een hoge westtoren. Deze monumentale kerk werd in 1620 in maniëristische stijl ontworpen door Hendrick de Keyser en na zijn dood in 1631 voltooid door zijn zoon Pieter en stadsmetselaar Cornelis I Danckerts de Rij. Het ontwerp is een verdere uitwerking van dat voor de Zuiderkerk. De gevels hebben zware steunberen en natuurstenen vensteromlijstingen. Met name de eindgevels en de transeptgevels vallen op door de rijke maniëristische decoratie met ionische halfzuilen, voluten, vazen en frontons. Enkele maniëristische poortjes geven toegang tot de kerk. Het poortje aan de zuidzijde heeft een reliëf voorstellende het Oude en het Nieuwe Verbond. De toegang tot het voorm. kerkhof (Prinsengracht 277) wordt gevormd door een poortje met een reliëfvoorstelling van treurende putti, vervaardigd door Pieter de Keyser. De kerk is gerestaureerd in 1984.

Het interieur wordt gedekt door houten tongewelven in hoofdbeuk en transepten, en door stenen kruisgewelven in de zijbeuken. De wit gepleisterde wanden van de hoofdbeuk zijn van boven naar beneden voorzien van een zware kroonlijst, zandstenen pilasters, een doorlopend dorisch hoofdgestel en door ronde scheibogen gekoppelde dorische drielingzuilen. Tot de inventaris uit circa 1630 behoren de preekstoel, de banken en de tochtportalen. Verder bevat de kerk een door Roelof Barentsz en zijn zoon Johannes Duyschot gebouwd orgel (1686; uitgebreid 1727, Christian Vater), waarvan de orgelkast is voorzien van beelden (Geloof, Hoop en Liefde) en door Gerard de Lairesse beschilderde luiken met voorstellingen van de vier evangelisten en van David en Salomon. Een gedenksteen (1906) memoreert de in de kerk begraven kunstschilder Rembrandt van Rijn († 1669).

De Westertoren kwam pas in 1637 gereed. De drie torengeledingen gaan over in een zandstenen vierkant met dorische pilasters en daarboven twee met lood beklede geledingen met hoekzuilen (ionisch en corinthisch) en een bekroning in de vorm van een keizerskroon (behorend bij het wapen van Amsterdam). In de toren hangen een door Assuerus Koster gegoten klok (1636), twee klokken van François Hemony (1658) en een klok van Claude Fremy (1686). Het speelwerk en carillon van Hemony (1658) is in 1959 deels vernieuwd en uitgebreid.

Gepubliceerd op 22-05-2017