De Herv. kerk in Beverwijk betekenis & definitie

(Kerkstraat 37a), oorspronkelijk gewijd aan St. Agatha, is een laat-gotische hallenkerk, die via een lagere tussenbouw is verbonden met een toren van drie geledingen met balustrade en achtzijdige naaldspits.

Van deze in 1377 voor het eerst genoemde parochiekerk heeft de middenbeuk wellicht nog een 14de-eeuwse oorsprong. De noordbeuk kwam begin 15de eeuw tot stand, de iets smallere en ondiepere zuidbeuk rond 1490. Toen verrees ook de met hoekblokken en nissen versierde toren. Nadat de kerk in 1573 door Spaanse troepen was verwoest, werden bij het herstel (1592-1648) het hoofd- en het zijkoor niet herbouwd. In 1631 heeft men de vrijstaande toren via een tussenbouw met het middenschip verbonden en kreeg de toren een maniëristische ingang met geblokte pilasters en gebroken fronton. In de toren hangt een door Nicolaus Muller gegoten klok (1733). Na het afbranden van de spits volgde torenherstel in 1913. De kerk is gerestaureerd in 1976-'82.

Het interieur wordt gedekt door houten tongewelven (gedateerd 1636) en heeft achtzijdige pijlers met lijstkapitelen. Tot de inventaris behoren een preekstoel en doophek (beide begin 17de eeuw), een koorhek (circa 1650), diverse 17de-eeuwse banken - waaronder twee overhuifde herenbanken - en een door Christiaan Müller vervaardigd orgel (1756) met kast en orgelgalerij in Lodewijk XV-stijl. De vijfzijdige grafkapel van de familie Corver (noordoostzijde) heeft een vroeg-18de-eeuws marmeren portaal. Laat-18de-eeuws is de grafkapel van de familie Hogguer (noordzijde). Aan de zuidzijde bevindt zich naast de consistorie een grafkapel uit 1751 van het geslacht Van Harencarspel, ambachtsheren van Beverwijk, met daarin een eenvoudige tombe en negen rouwborden. Verder bevat de kerk een epitaaf voor de familie Coevenhoven (1798) en diverse grafzerken, waaronder de rijk versierde zerk voor priester Claes Martens († 1524).

Gepubliceerd op 26-05-2017