Bruggen in Haarlem betekenis & definitie

Over de Nieuwe Gracht liggen twee laat-19de-eeuwse gietijzeren bruggen met ijzeren hekwerken en lantaarns, te weten de Kruisbrug (Kruisstraat) [109] en de Nassaubrug (Nassaulaan) [110]. Verder zijn er twee rond 1930 in staal en natuursteen uitgevoerde bruggen, de Manegebrug (Kinderhuisvest) [111] en de Jansbrug (Jansstraat) [112]; de laatste is voorzien van beeldhouwwerk met het stadswapen (Th. van Reijn).

Het Spaarne heeft twee ijzeren draaibruggen, de ongelijkarmige Melkbrug (1886, gieterij ‘De Prins van Oranje’) [113] en de gelijkarmige Catharijnebrug (1902-'03, Kon. Ned. Grofsmederij; gerenoveerd 2000) [114] met brugwachtershuisje. Verder wordt het Spaarne ter hoogte van de Bakenessergracht gekruist door de Gravestenerbrug [115], een in traditionele vormen uitgevoerde dubbele ophaalbrug (1950, J.J. Fuykschot). Aan de zuidzijde van de binnenstad ligt over de Gasthuisvest de Grote Houtbrug (1929-'30) [116], uitgevoerd in gewapend beton en baksteen en voorzien van de beelden van Frans Hals en Lieven de Key (H.A. van den Eijnde). Over de Leidsevaart aan de westzijde van de binnenstad liggen vier laat-19de-eeuwse gietijzeren bruggen met ijzeren hekwerken en lantaarns, van noord naar zuid de Zijlbrug (1881-'82, J. Leijh) [117], de Prins Hendrikbrug (1884, gieterij ‘De Prins van Oranje’) [118], de Leidsebrug (1880-'81, gieterij Figee) [119] en de voor de tram naar Zandvoort aangelegde Emmabrug (1899) [120].

Gepubliceerd op 26-05-2017