Amsterdam-Watergraafsmeer (gemeente Amsterdam) betekenis & definitie

Stadsdeel van Amsterdam. Na een doorbraak van de Diemerzeedijk was in dit gebied het Watergraafs- of Diemermeer ontstaan. Dit meer werd in 1624-'29 drooggemaakt en na een dijkdoorbraak (1651) en inundatie (1672) definitief ontgonnen. De - merkbaar dieper gelegen - polder wordt omsloten door de Ringvaart en de Weespertrekvaart (1640). Aan de Middenweg ontstonden in de 18de eeuw verschillende buitenplaatsen. De polder werd verder aangesneden door de spoorlijnen naar Utrecht (1843) en Hilversum (1874).

In 1888 kocht de gemeente Amsterdam in het gebied een terrein voor de aanleg van de Nieuwe Oosterbegraafplaats. Na de annexatie van de gemeente Watergraafsmeer door Amsterdam in 1921 volgde naar een bebouwingsplan uit 1907 (P. Vorkink en J.P. Wormser) een bloksgewijze verkaveling van de polder, met daarin de tuinstad Watergraafsmeer (Betondorp; 1923-'28). Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden de tuindorpen Amstelstation (1946-'48), Frankendael (1949-'51) en Middenmeer (1955-'60). Moderne ontwikkelingen aan de randen van het gebied zijn de kantoren rond het Amstelstation aan de zuidwestzijde (Omval), de universiteitsgebouwen aan de noordoostzijde en recentelijk verder oostelijk in het IJsselmeer de aanleg van de nieuwe wijk IJburg.

Gepubliceerd op 22-05-2017