20ste-eeuwse huizen in Amsterdam betekenis & definitie

Tot de vroege woon- en winkelpanden in de ring behoren de panden Hobbemastraat 4-8 (1904), die H.P. Berlage voor verzekeringsmaatschappij ‘De Algemeene’ ontwierp in rationalistische vormen en met overhoekse erkers. Het door M. de Klerk voor bouwondernemer K. Hille ontworpen Hillehuis (N. Maesstraat 32-34/Metsustraat 22-34; 1911-'12) is een vroeg voorbeeld van het expressionisme of de ‘Amsterdamse School’. Andere voorbeelden hiervan zijn de vijf geschakelde woningen J.J. Viottastraat 36-42 (1917, G.F. La Croix), de eengezinswoningen De Lairessestraat 142-172 (1919-'21, H.L. de Jong) en de gestapelde woningen Heinzestraat 15-23 (1921-'22, P.L. Kramer).

Kramer ontwierp ook Huize de Windroos (Okeghemstraat 25), bestaande uit vijf grote appartementen met gebogen muurvlakken, laddervensters en een dakaccent. Opmerkelijk zijn ook de door De Klerk ontworpen expressionistische huizenblokken Vrijheidslaan 10-50 (1921-'22) met verspringende balkons die verticaal worden gekoppeld door veelhoekige laddervensters. Eveneens opvallend zijn de herenhuizen Hacquartstraat 6-28 (1921-'24, F.A. Warners) met gepleisterde gevels en zwart-witte tegels, ook wel de ‘dobbelsteen-woningen’ genoemd. In de loop van de jaren twintig verrezen grotere complexen met steeds verder verstrakte expressionistische vormen, overgaand in zakelijk-expressionistische vormen. Dit is onder meer te zien bij Bellamystraat 117-123 (1918, G.F. La Croix), Mauvestraat 2-14 (1922, Tj. Kuipers en A. Ingwersen), J. Evertsenstraat 20-46 (1924-'25, J.M. van der Mey), J. Evertsenstraat 52-140 (1925-'27, J.F. Staal) en de etagewoningen R. Hartstraat 4-10 (1928, B. van den Nieuwen-Amstel). Daarnaast verrezen als onderdeel van de gesloten blokken in het Plan Zuid van Berlage geaccentueerde bouwdelen bestaande uit een winkelgalerij met bovenwoningen, zoals Vrijheidslaan 90-100 en 91-101 (1923-'24, C. Kruyswijk) voor de N.V. Exploitatie Maatschappij ‘Rudolf’ en het woon- en winkelcomplex Maasstraat 65-85 (1929, G.J. Rutgers) voor de N.V. ‘Waalmond II’. Rond het Hoofddorpplein ontwierpen J.M. van der Mey en J.J.B. Franswa in 1928-'30 ook dergelijke woon- en winkelcomplexen.

In de wijk De Baarsjes liet Exploitatiemaatschappij ‘De Hoofdweg’ de etagewoningen Hoofdweg 308-382/321-411 (1925-'26, H.Th. Wijdeveld) bouwen en de woon- en winkelpanden rondom het Mercatorplein (1925-'27, H.P. Berlage). In dat gebied verrezen complexen met etagewoningen in verstrakte expressionistische vormen, zoals de portiekwoningen met hoekwinkels Paramariboplein 54-60 (1927-'28, L. Peters) en de portiekwoningen Paramaribostraat 45-133 (1930, P.L. Kramer). Een ander belangrijk stedenbouwkundig complex vormen de etagewoningen rondom het Minervaplein en langs de Minervalaan, gebouwd in 1930-'32 op basis van een plan waarmee C.J. Blaauw de prijsvraag gewonnen had, door hemzelf en door G.J. Rutgers en J.A. Roodenburgh. Opmerkelijk zijn verder de in de tuin van het Concertgebouw gebouwde expressionistische huizen J.W. Brouwersstraat 3-25/2-16 (1930, E.A.C. Roest) met deels gebogen gevels en torenvormige accenten. Voorbeelden van functionalistische woningen zijn in de ring vrij zeldzaam. Een uitzondering vormt het op eigen initiatief door P. Zanstra, J.W.L. Giesen en K.L. Sijmons ontworpen complex eengezins- en atelierwoningen Zomerdijkstraat 16-30 (1934-'35), gebouwd in staalskeletbouw met grote stalen vensters. Ook de vijf drive-in-woningen A. van Dijckstraat 4-12 (1936-'37, W. van Tijen, M.A. Stam, C.I.A. Stam-Beese en H.A. Maaskant) zijn in functionalistische stijl gebouwd met beneden een garage en op de vierde bouwlaag een balkon. Minder uitgesproken - al hebben ze wel functionalistische trekken - zijn de van stalen vensters voorziene etagewoningen Watteaustraat e.o. (1938, D. Greiner) en de op initiatief van projectontwikkelaar H. van Saane voor alleenstaande werkende vrouwen tot stand gekomen vroege galerijflat Oranjehof (Korte Geuzenstraat 98-700; 1942-'43, J.W.H.C. Pot en J.F. Pot-Keegstra) met acht bouwlagen.

Gepubliceerd op 22-05-2017