19de- en 20ste-eeuwse huizen in Amsterdam betekenis & definitie

In het begin van de 19de eeuw werden relatief weinig nieuwe huizen gebouwd, maar sommige bestaande huizen kregen wel een nieuw uiterlijk.

Een voorbeeld is het omstreeks 1672 gebouwde en in 1747 verbouwde brede herenhuis Keizersgracht 743, waarvan de voorgevel rond 1807 zijn huidige vorm kreeg met een deuromlijsting in empire-vormen en een balustrade met dakkapellen. Dit in 1980-'82 gerestaureerde huis bevat onder meer nog midden-18de-eeuwse en vroeg-19de-eeuwse interieuronderdelen. Bankier E. Fuld liet het tot 1685 teruggaande dubbele hoekpand Keizersgracht 452 in 1859-'61 geheel verbouwen naar plannen van C. Outshoorn. Het deels met zandsteen beklede en deels wit gepleisterde pand oogt als een Italiaanse renaissance-villa. Bijzonder rijk uitgewerkt is de ingangspartij met zijlichten, balkon op zuilen en de op het werk van Palladio geïnspireerde omlijsting van de balkondeuren met zijlichten. De terracotta-decoraties aan de gevel zijn vervaardigd door de fabriek Twiss & Co. uit Arnhem. Een modernisering in neoclassicistische en eclectische vormen onderging Herengracht 468 (1874, S.W. van Rouendal). Effectenmakelaar J.K. Huysinga liet het herenhuis Keizersgracht 670 in 1876 ingrijpend verbouwen naar plannen van J.L. Springer. De eclectische geveldecoraties zijn ontleend aan de renaissance en de barok en ook het rijke interieur bevat onderdelen in neo-Lodewijk XIV-stijl.

In de tweede helft van de 19de eeuw groeide Amsterdam snel en werden ook in de binnenstad de nog beschikbare terreinen, zoals de Plantage en de lange strook tussen Lijnbaansgracht en Singelgracht, bebouwd met herenhuizen, villa's en etagewoningen. Voor assuradeur J. Coninck Westenberg verrees de grote en rijk uitgevoerde eclectische villa Plantage Lepellaan 6 (1874, W. Springer). De twee driezijdig gesloten zijrisalieten hebben nissen met bronskleurige zinken vazen (firma L. Schütz) en twee beelden (Zomer en Winter). Er volgde nog een uitbreiding in 1893 (J.L. Springer). Met robuuste trapgevels uitgevoerd is het nabijgelegen koetshuis met dienstwoning (nr. 5; 1907-'08, J.F. Staal en A.J. Kropholler). Als woning voor K.H. Schadd, directeur van de Amsterdamsche Omnibus Maatschappij, kwam het wit gepleisterde herenhuis Plantage Middenlaan 60 (1878-'80, G.B. Salm) tot stand. Het voor P. Goedkoop gebouwde herenhuis Henri Polaklaan 14 (1876, A.L. van Gendt) valt op door de grote halfronde uitbouw met balkon en ionische zuilen. In 1879 ontwierp I. Gosschalk het herenhuis Plantage Middenlaan 78, waarin kunstzandsteen is verwerkt. Beeldhouwer H. Teixeira de Mattos liet het eclectische herenhuis Henri Polaklaan 25 (1883, J. Ingenohl) bouwen met een beeldhouwersatelier en twee schildersateliers (bovenbouw later gewijzigd). De bij de gevel aangebrachte hermen zijn van zijn hand. Een Frans georiënteerde eclectische uitstraling heeft de voor F.J. Schmitz gebouwde blokvormige villa Weteringschans 24 (1878-'80, P.F. Laarman) met grote ronde hoektoren. Vlakbij verrees de wit gepleisterde dubbele villa Weteringschans 16-18 (1882-'83, N. Vos).

Aan de noordoostzijde van de binnenstad (Oostereiland) staat bij het spoor het markante afgeschuinde hoekblok Czaar Peterstraat 201-205 (circa 1870) met gepleisterde onderbouw, geblokte pilasters en eclectische vensteromlijstingen. Een opmerkelijk ontwerp in neogotische vormen van I. Gosschalk is het woon- en winkelpand Reguliersgracht 57-59 (1879) met houten onderpui, driezijdige verdiepingserker en een vooruitstekende houten topgevel met spitsboog. Van zijn hand is ook het smalle en hoge huis Reguliersgracht 63 (1882), dat een zo mogelijk nog vrijere toepassing van neogotische vormen toont en meer neorenaissance-details. Eveneens ontworpen in neogotische stijl is het drielaagse herenhuis Plantage Middenlaan 36 (1892, G. van Arkel en W. Wilkens) met zijn grote en kleine trapgevel met pinakels en zijn spitsbogen met driepasmotief. Neorenaissance-elementen zijn de speklagen en de reliëfs en medaillons bij de driezijdige erker boven de ingang. De voor brouwer G.A. Heineken gebouwde villa Tweede Weteringplantsoen 21 (1891-'92, A.L. van Gendt) dient nog steeds als directiekantoor van Heineken International. De zeer afwisselend uitgewerkte gevels - met overhoekse erker en een torenvormig bouwdeel - zijn versierd met neogotische vormen en pseudo-vakwerk. Mozaïekvoorstellingen tonen scènes van landbouw en handel.

Een rijke neorenaissance-gevel bezit het huis Leliegracht 25 (1881, J.W. Meijer). Tussen ingangsomlijsting en balkon memoreren een gedenksteen en een borstbeeld van E.J. Potgieter (H. Teixeira de Mattos) dat deze schrijver ter plaatse heeft gewoond (1855 tot 1875). Door J. Daverman in neorenaissancevormen ontworpen met hoektorens, erkers en balkons zijn de driedubbele villa Weteringschans 10-14 (1882-'84) en dubbele villa Weteringschans 20-22 (1883-'84). Wat soberder neorenaissance-vormen vertoont het grote hoekpand Droogbak 13 (1883, A.C. Bleijs), met als verticaal accent een ronde hoekerker met spits. De langs de Singelgracht aangelegde kades kregen in de jaren tachtig een bebouwing met herenhuizen in neorenaissance-vormen. Goede voorbeelden hiervan zijn de herenhuizen Sarphatikade 20-21 (1880, W. Stapelkamp), Leidsekade 68 en 69 (beide circa 1885), Leidsekade 76 (1887, J. van den Ban) en Leidsekade 77 (1889, W. Wilkens en G. van Arkel). Fraai gedetailleerd zijn de neorenaissance-herenhuizen Frederiksplein 12 (1885, W. Langhout), met grote erker en overdekt balkon, en Sarphatistraat 11 (1888, J.P.F. van Rossem en W.J. Vuyk), met over de volle breedte een balkon met gietijzeren hekwerk. In rijke neorenaissance-stijl ontworpen is ook het grote vierlaagse bouwblok Alexanderplein 2-6 e.o. (1888, I. Gosschalk) met gebogen dakvlakken en grote erkers bij de hoeken en de middenpartijen. Als voorbeeld van etagewoningen in sobere neorenaissance-vormen kunnen de panden Weteringschans 88-90 (1895, G.J. Venemans) worden genoemd.

Teruggrijpend op de 18de-eeuwse grachtenpanden is het voor C. Jonker gebouwde brede herenhuis N. Witsenkade 30 (1892, W. Wilkens en G. van Arkel), waarvan de dakopbouw is vernieuwd. Bijzondere ontwerpen van Ed. Cuypers in deze buurt zijn het op Zuid-Europese voorbeelden geïnspireerde herenhuis Sarphatistraat 7 (1888) met balkons en loggia's, het herenhuis Sarphatistraat 5 (1888) voor mevr. A. Teixeira de Mattos-Mendes en vooral het door hem voor D. Sanders ontworpen herenhuis N. Witsenkade 38 (1890-'91), dat lijkt op een Venetiaans palazzo. Dit hoekpand heeft grote erkers bij de in gele verblendsteen uitgevoerde verdieping en een loggiaachtige tweede verdieping met een beschildering in renaissance-vormen in geel en lichtgroen. Eveneens opmerkelijk is het voor de puissant rijke tabakshandelaar J. Nienhuys - medeoprichter van de Deli Maatschappij (1869) - gebouwde herenhuis Herengracht 380-382 (1888-'91, G.B. en A. Salm). De zandstenen gevel is ontworpen in de stijl van de midden-16de-eeuwse Franse renaissance, met als meest opvallende elementen de grote erker bij de verdieping en de rijk uitgewerkte dakerkers. De rijke inrichting in historische stijlen omvat ook wandschilderingen en een moors bad. Sinds een restauratie in 1996-'97 (M. Crouwel en L. Vis) huisvest het gebouw het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, waarvoor tussen huis en koetshuis ook een nieuwe studiezaal is gebouwd.

Het met balkons en een loggia uitgevoerde herenhuis N. Witsenkade 32 (1895, H.G. Jansen) loopt door het kleurgebruik van gele verblendsteen in combinatie met rode natuurstenen elementen vooruit op de jugendstil. Sprekende kleurencombinaties heeft ook het smalle vierlaagse herenhuis Korte Marnixkade 4 (1893-'94, H.H. Baanders en G. van Arkel) met zijn vensteromlijstingen in groen geglazuurde steen en zijn tegeltableaus in geel en groen onder de ontlastingsbogen. Voor bakker W.J. Heinemann ontwierp G. van Arkel het deels wit gepleisterde grachtenpand Keizersgracht 766 (1894) met hardstenen pui en balkons. Opvallend zijn verder de houten erkers en de loggia. Niet echt opvallend in vormgeving zijn de atelierwoningen Prinseneiland 24a-b (1898, C.J. Maks sr.), die onder meer zijn gebruikt door de kunstschilders C.J. Maks jr. en G.H. Breitner. Interessante woonhuisarchitectuur uit de eerste helft van de 20ste eeuw is door de grote expansie van de stad vooral buiten de Singelgracht te vinden. Als voorbeelden van stadsvernieuwing in de binnenstad zijn vermeldenswaardig het smalle en hoge appartementenpand Singel 428 (1968-'70, A. Cahen, J.P. Girod en J. Koning), versierd met betonnen elementen, en de woon- en winkelcomplexen van de Nieuwmarktbuurt (1970-'75, A. van Eyck en Th. Bosch).

Gepubliceerd op 22-05-2017