19de-eeuwse huizen in Amsterdam betekenis & definitie

Na de uitbreidingsplannen van 1866 (J.G. van Niftrik) en 1875 (J. Kalff) ontstond de eerste planmatige woningbouw in de Pijp, waaronder kort na 1875 drielaagse etagewoningen in de Ferdinand Bolstraat, al snel gevolgd door de meer gebruikelijke vierlaagse etagewoningen, zoals Quellijnstraat 15-25 (1879, F. Heineke), of de etagewoningen met portiek-ontsluiting Van Ostadestraat 148-154 (1902, N.F. van Ruth). Naast deze woningtypen komen ook gestapelde woningen voor, waarbij beide woningen over twee bouwlagen beschikken, zoals bij F. van Mierisstraat 55-61 (1909, H. van der Schaar). Ruysdaelkade 43 (1876, Z. Deenik) is een vroeg - en voor de Amsterdamse ring uitzonderlijk - voorbeeld van een tweelaags woonhuis in eclectische vormen.

Bij de ‘slurf’ van het Vondelpark verrezen de eerste ruimer opgezette huizen. Rond 1873 kwamen de gepleisterde herenhuizen Vondelstraat 47-49 tot stand naar een ontwerp van J.H. Schmitz in eclectische vormen (wenkbrauwen) met neogotische elementen (kantelen). En aan de zuidzijde ontstonden de huizen P.C. Hooftstraat 83-93 (1874, J. Servais), die later tot winkels zijn verbouwd. Eclectisch zijn ook de oorspronkelijk vijftien forse vierlaagse herenhuizen Vossiusstraat 1-15 (1879, I. Gosschalk) en het op Franse voorbeelden georiënteerde dubbele herenhuis Stadhouderskade 40-41 (1883) met zinken dakvensters. In een op de Franse (neo)renaissance geïnspireerde stijl ontwierp A.L. van Gendt het herenhuis Vondelstraat 13 (1880). Opmerkelijk is de groep van drie etagewoningen van het zogeheten Huis met de Kabouters (Ceintuurbaan 251-255; 1884, A.C. Boerma), uitgevoerd in rijke chaletstijl met neogotische en neorenaissance-elementen en met veel decoratief beeldhouwwerk, waaronder op de dakrand twee groene kabouters die elkaar een bal lijken toe te gooien. Eveneens opmerkelijk zijn De Zeven Landen (R. Visscherstraat 20-30a; 1894, Tj. Kuipers). Deze zeven buurpanden hebben elk een specifieke stijl, te weten van links naar rechts: Engeland (landhuisstijl), Nederland (neorenaissance), Rusland (oosters), Italië (palladiaans-classicistisch), Spanje (moors), Frankrijk (16de-eeuwse renaissance) en Duitsland (neogotiek). Met neorenaissance-elementen ontwierp Ed. Cuypers het Witsenhuis (Oosterpark 82-82a; 1884, gerestaureerd 2003). In dit atelier-gebouw - oorspronkelijk met hoge begane grond maar later voorzien van een tussenvloer - werkten schilders als G.H. Breitner, J. Israels en W. Witsen, evenals diverse dichters en schrijvers. Andere voorbeelden van rijkere huizen in diverse varianten van de neorenaissance-stijl zijn de gestapelde woningen Nassaukade 112-115 (1880-'81, C. Hellingman) en Amsteldijk 74-79 (1887, Ed. Cuypers), en de etagewoningen Nassaukade 110-111 (1881, A. Lubbers en E. Möller), Stadhouderskade 130-134 (1882, J. de Haan; met kariatiden), Nassaukade 83-84 (1887, E. Breman) en Weesperzijde 24-28 (1887-'88, A. Salm). Voor Bouwmaatschappij ‘De IJsbreker’ ontwierp A.L. van Gendt de herenhuizen Weesperzijde 32-33 (1884) en het café met bovenwoningen Weesperzijde 23 (1885). Nog in een zelfde traditie, maar dan met vakwerktopgevels, verrezen in 1911 de vijf herenhuizen J. Vermeerstraat 37-45 met aansluitend de hoekvilla Teniersstraat 6, alle naar ontwerp van P. van Dijk.

Gepubliceerd op 22-05-2017