18de-eeuwse huizen in Amsterdam betekenis & definitie

Verhoogde halsgevels werden na het derde kwart van de 17de eeuw niet meer gebouwd, maar halsgevels zonder schouderstukken bleven tot ver in de 18de eeuw populair, zowel voor de kleinere woonhuizen als de middelgrote grachtenhuizen. De door koopman Benjamin Dutry als belegging gebouwde vijflaagse huizen Prinsengracht 681-693 (1715) - genoemd naar de zeven provinciën van de Republiek - kregen vlak opgaande halsgevels. Het middelste huis (Gelderland) werd rijker uitgevoerd.

Voorbeelden van aardige (gerestaureerde) halsgevels in Lodewijk XIV-vormen zijn verder te vinden bij Herengracht 326 (circa 1710), de huizen Abraham en Isaac (Kloveniersburgwal 6-8, 1722), Lange Leidsedwarsstraat 129-131 (1726), Keizersgracht 606-608 (1731-'33) en de naar de seizoenen vernoemde panden Karthuizersstraat 11-19 (1731). Van de gerestaureerde huizen Lange Leidsedwarsstraat 144-154 hebben de twee rechtse panden halsgevels in Lodewijk XIV-vormen (circa 1725) en de vier linker panden klokgevels met een kuif in Lodewijk XV-stijl (circa 1770). Een klokgevel in Lodewijk XIV-vormen toont Herengracht 308 (circa 1745) en Lodewijk XV-decoraties hebben de klokgevels van Keizersgracht 546 (1760), Keizersgracht 304, 308 en 310 (alle circa 1770) en 't Vosje (Prinsengracht 300; 1767). Interessant bij het laatstgenoemde pand is dat de gevel op vlucht is gebouwd en dat links en rechts de smalle druipstroken (osendroppen) zichtbaar zijn. Uit de late 18de eeuw toont Prinsenstraat 12 een met bijenkorf bekroonde halsgevel in Lodewijk XVI-vormen (circa 1780) en Singel 145 een klokgevel in Lodewijk XVI-vormen (1790).

Het opzetstuk van de zandstenen lijstgevel van Frederiksplein 10 (circa 1735) bestaat uit het wapen van de bouwheer - admiraliteitskapitein Adam van Ingen - en ligbeelden van Neptunus en Mercurius. Verder verwijzen scheepskanonnen en navigatie-instrumenten (globes) naar de zeevaart. Dat handel en scheepvaart de basis hebben gelegd voor de welvaart van Amsterdam komt ook tot uitdrukking in de forse lijstgevelbekroning in Lodewijk XV-vormen van Prins Hendrikkade 171 (1754), waarop een zeilschip, een globe en andere navigatie-instrumenten zijn weergegeven. Andere lijstgevelbekroningen met de scheepvaart als thema zijn bijvoorbeeld te vinden bij de grachtenpanden Vriesland (Singel 24) en Zeevrugt (Singel 36; 1754).

In de 18de eeuw ging ook de verfraaiing van de herenhuizen aan de grachtengordel voort, veelal door verbouwing van de 17de-eeuwse bebouwing. Soms werden bestaande panden samengevoegd om een groter herenhuis te verkrijgen. Kruisvensters verving men door schuiframen en de interieurs werden geheel of gedeeltelijk gemoderniseerd. De voorgevels van de herenhuizen behielden nog lang de vanaf de late 17de eeuw gebruikelijke opzet met attiek, (geblokte) hoeklisenen en een pronkrisaliet of ingangsomlijsting, zoals bij de aan Jean Coulon toegeschreven strak-classicistische zandstenen gevel van Herengracht 539 (1718). In opdracht van Theodorus Huyghens kwam rond 1725 het drielaagse dubbele herenhuis Keizersgracht 444-446 tot stand met een rijk gebeeldhouwde zandstenen gevel en pronkrisaliet in Lodewijk XIV-vormen met verdiepte vlakken tussen de vensters, geschulpte vensterbekroningen met medaillons en een kroonlijst met mezzaninovensters. Na de aankoop in 1758 door handelaar Thomas Hope werd het buurpand (nr. 444) toegevoegd. In Lodewijk XIV-vormen uitgevoerd zijn verder het brede herenhuis Herengracht 520 (1726-'27), met lambrekijns onder de vensters en een attiek met vazen en gekroond wapenschild, en de smalle en hoge zandstenen gevel van Prins Hendrikkade 133 (1727). De laatste heeft fraai gedetailleerde bovendorpels bij de bel-etage en het middelste verdiepingsvenster. Het rijk gebeeldhouwde attiek van dit pand toont een zeeslang geflankeerd door zeemeermannen die op schelpen blazen.

Het zogeheten Hutze van Brienen (Herengracht 284) kwam in 1728-'30 voor David, Margaretha en Hillegonda Rutgers tot stand door verbouwing van een huis uit 1620. De vierlaagse zandstenen lijstgevel met souterrain (hardsteen), mezzanino en attiek is subtiel gedetailleerd in Lodewijk XIV-stijl, wellicht naar ontwerp van Jean Coulon. De kleine binnenplaats naast het nieuwe trappenhuis kreeg een schermwand met privaat en een voorstelling van de Godsvrucht. De rijk gedecoreerde zaal in het toegevoegde achterhuis is voorzien van een plafondschildering en een schoorsteenstuk van Anthonie Elligers (1733) en behangsels met landschappen van Dirk Dalens III (1733). Het huis werd kort na 1781 inwendig gewijzigd in Lodewijk XVI-stijl, toen het in bezit kwam van Arnoud Jan van Brienen. De familie Van Brienen heeft het huis in 1933 overgedragen aan de Vereniging Hendrick de Keyser, die het gebruikt als kantoor (vanaf circa 1960 in fasen gerestaureerd). In de tuin staat een tuinhuis met zandstenen gevel (circa 1730).

Het rond 1665 gebouwde huis Herengracht 475 werd rond 1736 ingrijpend verbouwd voor Petronella van Lennepde Neufville en Mattheus de Neufville. Daarbij ontstond de huidige zandstenen voorgevel in Lodewijk XIV-stijl met een pronkrisaliet voorzien van kariatiden en een gebeeldhouwd attiek met vrouwenbeelden en een ijzeren wereldbol. Het stucwerk in de gang, met boven de gangdeuren klassiek geïnspireerde borstbeelden in medaillons, is van Jan Ignatiusz van Logteren. Van zijn hand is ook het stucwerk in het monumentale trappenhuis met beelden van klasssieke muzen, de god Apollo en - achter een balustrade - zestien muzikanten. De grote zaal heeft een inrichting uit 1792 in Lodewijk XVI-vormen, waarin men een plafondschildering van Jacob de Wit (1731) heeft behouden. Het in 1964-'66 gerestaureerde huis bevat verder nog behangsels met arcadische landschappen (circa 1731, Isaac de Moucheron; aangevuld 1792, Jurriaan Andriessen). Uit 1736 stamt ook het tuinhuis annex koetshuis met ionische zuilen, bustes en een reliëfvoorstelling met de god Jupiter.

Het brede herenhuis Herengracht 605, nu Museum Willet-Holthuysen, werd in 1687 gebouwd en kreeg bij een verbouwing in 1739 de huidige voorgevel met zandstenen hoeklisenen, pronkrisaliet en dubbele bordestrap. Het interieur bevat veel 18de-eeuwse onderdelen, waaronder een trappenhuis met ijzeren leuning. Aan achterzijde bevindt zich een vijfzijdige uitbouw met koepelkamer. De in vroeg-18de-eeuwse trant ingerichte tuin (1972) bevat een zonnewijzer en twee beelden (Flora en Pomona) van Ignatius van Logteren (1721). Herenhuis De Hoop (Keizersgracht 209; 1743) heeft een attiek in rijke Lodewijk XIV-stijl met in het onderbroken gebogen opzetstuk een groot vrouwenbeeld (de Hoop). Inwendig bezit dit huis een monumentaal trappenhuis met stucwerk en lantaarn. Het herenhuis Herengracht 495 kwam in 1739-'40 tot stand voor Jan Six II naar plannen van Jean Coulon, vermoedelijk uitgevoerd door François Absiel. De zandstenen gevel in Lodewijk XIV-stijl heeft bij het pronkrisaliet een balkon met in het smeedijzeren hekwerk een spreuk van de Romeinse geschiedschrijver Sallustius. Een zeer groot opzetstuk in Lodewijk XIV-stijl heeft het forse vijflaagse huis Oudezijds Voorburgwal 215-217 (circa 1740). Opmerkelijk zijn ook de hoekvazen met ijspegelversiering. Het herenhuis Amstel 218, nu Museum Six, kreeg rond 1740 de huidige lijstgevel met pronkrisaliet in Lodewijk XIV-stijl. Binnen bevinden zich een gang en trappenhuis met stucwerkdecoraties en enkele van elders overgebrachte interieurs, onder andere in Lodewijk XVI-stijl. Bij een verbouwing in 1743 kreeg Herengracht 164 de huidige zandstenen lijstgevel in vroege Lodewijk XV-stijl. Een vergelijkbare strakke zandstenen gevel met wat meer decoraties bij de ingang bezit het huis Saxenburg (Keizersgracht 224; circa 1765). De in grote hardstenen platen opgetrokken gevel van het vierlaagse herenhuis Nieuwe Herengracht 103 (1751) is voorzien van Lodewijk XV-decoraties bij de vensters (lambrekijns) en perspectivisch wijkende consoles bij de ingang.

Wat soberder in de decoraties is de brede vierlaagse zandstenen gevel van Nieuwe Herengracht 143 (1750). Het fraaie midden-18de-eeuwse tuinhuis annex koetshuis achter Keizersgracht 524-526 werd gebouwd voor Nicolaas Doekscheer. De pronkfaçade in Lodewijk XV-vormen aan de tuinzijde heeft twee nissen met beelden (onder andere Hercules). Het decoratieve middenstuk bij de balustrade is gereconstrueerd (1976, H. 't Mannetje). Bij een verbouwing in 1766-'67 voor koopman Anthony van Hemert kreeg het brede herenhuis Herengracht 493 een vrij strakke zandstenen gevel met kleine decoraties in Lodewijk XV-stijl. Het in drie sprongen vooruitstekend middenrisaliet heeft waterlijst-achtige banden en een gebeeldhouwd fronton met alliantiewapen siervazen.

De gelaagde zandstenen gevel in vroege Lodewijk XVI-stijl van het brede herenhuis Herengracht 527 werd opgetrokken vóór 1768 bij een verbouwing in opdracht van Johanna Sara Pels. Het middenrisaliet met kolossale ionische pilasters wordt bekroond door een fronton met in het timpaan een gebeeldhouwde adelaar met gespreide vleugels. Binnen bevat de grote benedenzaal wandschilderingen in Lodewijk XVI-stijl. Het huis is gewijzigd in 1808 (ingangspartij en vensters), toen koning Lodewijk Napoleon het huis kocht als onderkomen voor Philippus Julius van Zuylen van Nijevelt. Een grotendeels bakstenen gevel in Lodewijk XVI-vormen heeft het vierlaagse dubbele herenhuis Herengracht 615-617 (1767, kern 17de eeuw). De gevel is voorzien van een fronton met alliantiewapen, een kroonlijst met trigliefen en een hardstenen onderpui met twee geblokte ingangsomlijstingen. Bankier Arnoud Jan van Brienen liet in 1772 het brede vierlaagse herenhuis Herengracht 182 bouwen naar plannen van de Duitse architect Ludwig Friedrich Druck. De zandstenen voorgevel in Lodewijk XVI-stijl is subtiel gedetailleerd met blokwerk en strakke vensteromlijstingen. De imposante zandstenen gevel van Herengracht 40 kwam tot stand bij de verbouwing van twee 17de-eeuwse huizen in 1790-'91 voor Tjaerd Anthony van Iddekinge naar plannen van Jacob Otten Husly. Deze strak gedetailleerde neoclassicistische gevel heeft decoratieve lijsten met golfmotief bij het basement en onder de vensters. De bel-etage is voorzien van empire-ramen. De toenmalige president van de Nederlandsche Handelmaatschappij, C.J.K. van Aalst, schonk in 1926 zijn eigen woonhuis Herengracht 502 aan de stad Amsterdam als ambtswoning voor de burgemeester. Bij een verbouwing in 1791 voor Andries Adolph Deutz van Assendelft kreeg het de door stadsarchitect Abraham van der Hart ontworpen strakke neoclassicistische voorgevel met boven de ingang een balkon op dorische zuilen. Net als bij Herengracht 40 werden Franse draairamen toegepast. Ondanks latere verbouwingen (circa 1870, 1907, 1926-'27) bevat het interieur nog delen uit 1791, waaronder de voormalige balzaal met wit-marmeren schoorsteenmantel versierd met Pallas Athene en de muzen. De achtergevel heeft een uitzwenkend balkon over de volle gevelbreedte. Achter het pand staat een door Van der Hart ontworpen koetshuis.

Gepubliceerd op 22-05-2017