17de-eeuwse huizen in Alkmaar betekenis & definitie

In Alkmaar zijn diverse vroeg-17de-eeuwse huizen met maniƫristische trapgevels behouden gebleven. Deze gevels zijn verrijkt met zandstenen hoekblokken of spekbanden of beide; de onderpui en de vensters zijn gewoonlijk later vernieuwd. Al deze huizen hadden ruime bergzolders, waar zowel goederen voor de handel (zoals kaas) als voor eigen gebruik (turf) werden opgeslagen.

Goede voorbeelden zijn Mient 8 (1607) en Fnidsen 97-99 (1623). Het uit 1609 daterende huis De Drie Schopjes (Luttik Oudorp 110; 1607, gerestaureerd 1882) heeft een met natuursteen en siermetselwerk verrijkte trapgevel met toppilaster en een houten winkelpui met luiken en luifel. In de middentravee zit bij elke verdieping een getoogd luik van de pakhuiszolders, geflankeerd door kruiskozijnen of kloostervensters. Bescheidener van vorm, maar wel voorzien van siermetselwerk en twee gebeeldhouwde leeuwenmaskers, is de trapgevel van Oudegracht 239 (1623). Vergelijkbare trapgevels uit de eerste helft van de 17de eeuw tonen Verdronkenoord 65 (gesausd), Zevenhuizen 11, Oudegracht 114 en Kooltuin 27 (beide met toppilaster en waterlijsten) en verder Langestraat 42 (frontonbekroning). Opvallend zijn de drie gekoppelde trapgevels van Oudegracht 182a, elk met een toppilaster op gebeeldhouwde kraagsteen. De buitenste gevels worden bekroond door een schildhoudende leeuw, de middelste door een wereldbol. Het hoekpand Mient 2 heeft zowel voor als opzij een trapgevel met toppilaster. Aan de zijde van het Waagplein bevindt zich een halfrond uitgebouwde traptoren met ronde vensters. Een bijzondere gezwenkte gevelbeƫindiging met pilasters en rolwerk uit het eerste kwart van de 17de eeuw hebben St.-Annastraat 13 en Bierkade 23 (gepleisterd); bij de laatste dateert de onderpui uit 1756.

Het vermoedelijk rond 1650 gebouwde forse hoekpand Doelenstraat 25, nu bioscoop, heeft boven de ingangspartij (met zijlichten) een classicistische erker met gesneden consoles, pilasters en een fronton. Het bovenlicht van de ingang is later vernieuwd in Lodewijk XVI-stijl. Het herenhuis Oudegracht 198 bezit een midden-17de-eeuwse pilastergevel in kolossale dorische orde. Een latere wijziging is de omlijste ingangspartij in Lodewijk XV-vormen (circa 1760). Classicistisch van uitvoering zijn verder de trapgevel van Kapelsteeg 4 (1663), met toppilaster en natuurstenen ornamenten, en de gevel van Schoutenstraat 15 (1663) met gebeeldhouwde klauwstukken en een gebroken fronton met pijnappel als bekroning. Hetzelfde geldt voor de verhoogde halsgevel van Mient 33 (1672), waarvan de geveltop is voorzien van pilasters en een gebroken fronton met pijnappel. Bij de trapgevel van Verdronkenoord 101 (1677) bestaat de top uit twee vleugelstukken, twee kleine pilasters met hoofdgestel en een segmentboogvormig fronton met pijnappel. De gesausde trapgevel van Oudegracht 241 heeft een toppilaster geflankeerd door forse klauwstukken. Verder is de gevel versierd met een wapensteen, twee gevelstenen en twee ingemetselde vuurmonden van een kanon; de omlijste ingang dateert uit circa 1740.

Voorbeelden van huizen met eenvoudige 17de-eeuwse punt- of tuitgevels zijn Laat 194 (1604; gesausd), Hekelstraat 9, Verdronkenoord 73 en 93 (toppilaster), Achterdam 11 (achtergevel), Laat 89 (toppilaster), Fnidsen 52 en Achterdam 8; het laatste huis heeft inwendig een houtskelet.

Gepubliceerd op 22-05-2017