Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Gepubliceerd op 22-06-2017

2017-06-22

Onmacht

betekenis & definitie

Van onmacht word je niet agressief.

Gevoelens van onmacht spelen vaak een grote rol bij agressie. Als je het gevoel hebt dat je niets kunt doen aan de dingen die je niet lukken, geeft dat een gevoel van onmacht dat gemakkelijk kan leiden tot boosheid en agressief gedrag.

Als een klein kind iets tegenzit en je schiet hem te hulp, dan leer je hem dat er oplossingen zijn.

Van nature zijn volwassenen eropuit om hun kinderen te helpen als ze iets doen wat nog niet zo goed gaat: helpen met het bouwen van een hoge toren, helpen bij het aankleden... Het zou ook niet eerlijk zijn om een jong kind de hele dag door met frustraties te laten zitten. Hij heeft nog veel hulp nodig omdat hij zelf nog niet zoveel kan.

Toch zit er ook een nadeel aan het helpen van je kind. Help je hem te veel, dan zal hij niet vaak boos zijn maar leert hij niet om te doen wat hij zelf kan, zoals aankleden en zelf eten. Help je hem helemaal niet, dan is de kans groot dat hij zo ontmoedigd wordt dat hij er helemaal maar niet meer aan begint. De kunst is om niet te veel en niet te weinig hulp te bieden aan je kind. Voordat je te hulp schiet, kun je even nadenken of het in dat geval nodig is of dat je kind er zelf geen zin in heeft. Het gaat erom je kind te leren dat er momenten zijn waarop iets niet lukt, wat echter op een volgend moment vaak wel zal lukken, omdat de omstandigheden anders zijn. Omgaan met tegenslagen heeft ook te maken met het op tijd vragen van hulp als je ergens voor staat watje in je eentje niet kunt oplossen. Een kind kan boos worden als hij ergens niet bij kan omdat hij nog te klein is. Leer je hem hulp te vragen in zo'n geval, dan is zijn probleem ook weer opgelost. Dat is voor volwassenen ook zo. Een abonnement op de wegenwacht zorgt ervoor dat je ondanks autopech toch je reis kunt vervolgen en je minder gefrustreerd voelt als je pech krijgt. Je hoeft niet alles zelf te kunnen. Een kleuter die om hulp vraagt als hij zijn treintjes niet goed aan elkaar kan krijgen, kan weer gezellig verder spelen als zijn ouders dat even voor hem doen. Vraagt een kleuter hulp bij iets wat hij best kan maar waar hij geen zin in heeft en wordt hij dan altijd geholpen, dan leert hij niet zelf zijn problemen oplossen.