Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Gepubliceerd op 22-06-2017

2017-06-22

Gedrag

betekenis & definitie

Het ene kind is in aanleg aardig en het andere niet. Elk mens heeft zo zijn eigen aardigheden. Hoe iemand zich gedraagt, heeft te maken met zijn aanleg, zijn ontwikkeling en zijn omgeving. Die drie dingen beïnvloeden iemands gedrag. Er valt daarom heel wat aan en af te leren bij het gedrag van kinderen.

Aan het gedrag van je kind kun je zien hoe hij zich voelt. Kun je zien of horen dat een kind lastig is? Wat je kunt zien, is dat hij vijf keer zijn bed uitkomt, steeds om zijn vader roept, niet naar bed wil en een driftbui krijgt als dat wel moet of 's nachts om de paar uur wakker wordt.

De een stelt zich bij 'lastig met slapen' iets anders voor dan de ander. 'Lastig zijn' is geen gedrag, 'uit bed komen' wel. 'Lastig zijn' is een interpretatie van watje ziet en denkt en erbij voelt. In de hoek van de kamer zit de jongste rustig met blokken te spelen, terwijl de oudste al vijf keer een ander spelletje heeft gepakt. Als er bezoek komt, gaat het ene kind meteen kijken en gedag zeggen en het andere kind blijft achter de deur staan. Je veronderstelt als ouder dat daar redenen voor zijn. Je gaat het gedrag interpreteren. De oudste is zo onrustig en daarom doet hij zo, terwijl de jongste veel rustiger van aard is, denk je dan, maar je weet het niet zeker.

Gedrag is alleen alles wat we iemand zien of horen doen en het meeste daarvan is aangeleerd. Eten, lopen, schreeuwen, zitten, fluisteren, spelen en hoesten: al die gedragingen kunnen we zien en/of horen, dus waarnemen met je zintuigen.

Jaloers, boos of heel blij zijn kun je niet echt zien. Je hebt een vermoeden dat een kind boos is als hij met gefronste wenkbrauwen kijkt en de deur hard dichtsmijt als hij de kamer uitloopt en je denkt dat hij blij is omdat hij al de hele dag loopt te zingen. Kwaadheid en geluk kun je niet zien, want het zijn gevoelens die op dat moment in iemand zitten.

Als je je kind iets ziet doen, krijg je daarbij algauw een gedachte over wat er met hem is. Je kijkt niet alleen naar wat hij doet, maar je denkt er ook over. En omdat je hem iedere dag meemaakt, kun je uit zijn gedrag steeds beter aflezen hoe hij zich voelt. Want hoe een kind zich gedraagt, heeft natuurlijk te wel te maken met dingen die je niet kunt waarnemen zoals verdriet of plezier.

Je kunt dus aan iemands gedrag zijn stemming aflezen als je hem goed kent, maar je kunt je er ook behoorlijk in vergissen. Als een klein kind steeds uit bed komt, kunnen ouders denken dat hij dat doet om hen dwars te zitten. Hij is dan stout, vinden zij. Terwijl de echte reden angst kan zijn om verlaten te worden. Daarom is het goed om uit gedrag niet meteen allerlei conclusies te trekken. Probeer er eerst achter te komen of wat je denkt ook echt waar is. Bij grotere kinderen kun je vragen wat er aan de hand is en bij een baby kun je bijvoorbeeld merken dat hij stopt met huilen als je komt, niet omdat hij dan zijn zin heeft gekregen, maar omdat hij zich dan pas weer veilig voelt.